Onze handen duwen tegen muren
die oprijzen uit verwachtingen,
tot ze weken
in onze klamme palmen
Onze lichamen,
nat en naamloos,
glijden over,
lijden onder,
snijden door
wat ons omsluit
We duwen tegen de huid
van de wereld - we ontmaskeren,
doen de luchtbel barsten,
breken de façade open
We maken doorschijnend,
ontnemen de schaduw van het voorgekauwde,
draperen het in tedere transparantie
tot je van de ene naar de andere kant kunt kijken
naar je onbeschaamde zelf
Laten we niet benoemen
wat niet benoemd wil worden
Gisteren droegen we nog de zon
Vandaag vallen we als licht
over het tapijt,
zoeken we het donker op
onder onze ribben,
schuilen we
in het binnenste van onze borst,
waar niemand ons leest
voor wij onszelf geschreven hebben
Soms willen we niet schijnen
Soms willen we alleen bestaan
zonder uitgelegd te worden
We gloeien
Laat het ongezegde leven
tussen de verzen,
tussen de regels,
in de ruimte voor het uitgesprokene,
tussen hij, zij, hen,
en alles wat geen woord nodig heeft
om waar te zijn
Soms rust schoonheid
zacht op onze knieën
wanneer we onszelf oprollen
tot een korrel,
onze eigen voeten kussen
We zijn soms
wat niet gedefinieerd wil worden,
het buigzame,
het wisselende,
een lijn die kronkelt
over een krijtbord
bonkend als een hartslag,
schommelend tussen meer
en minder
Voel je soms ook
het trekken en het duwen,
het hunkeren en het huiveren,
het dolen tussen polen
die nooit werkelijk
tegenover elkaar stonden?
Laten we niet benoemen
wat niet benoemd wil worden
Zijn wij,
wanneer niemand ons begrijpt,
in het niets
niet ook altijd alles?
Is iedere blik niet het bewijs
van ongeremde originaliteit
Is het niet mooi dat wij
Is het niet mooi
dat wij
kunstwerken zijn die verschuiven
wanneer het licht verandert
dat wij onszelf herscheppen
bij iedere aanraking,
bij iedere ervaring,
dat wij elke dag
een andere waarheid mogen dragen
zonder die van gisteren
te verraden?
Laten we niet benoemen
wat niet benoemd wil worden
Sus het verlangen van de taal.
Zing haar zachtjes in slaap.
Laat de woorden rusten
achter onze lippen
zodat onze fluïditeit
kan ontwaken
Want wij vloeien
Het Antwerpse stadsdichterschap is een begrip, tot ver buiten alle denkbare muren. Een poëtisch huzarenstuk met een grote artistieke en sociale betekenis. Een verhaal dat nu eens als een warme wind, dan weer als een verfrissende bries door de straten waait.
Meer over dit project


