Ruth is theatermaker en schrijver. In haar werk onderzoekt ze de relatie tussen lichaam, taal en muziek. Ze vertrekt vaak vanuit kleine, persoonlijke verhalen die ze combineert met een bevreemdende manier van schrijven en spelen. Tijdens dit gesprek hadden we het over intimiteit, het mystieke, en de betekenis van theater. In het Watlab werkt Ruth verder aan Yolk, een tekst waarin een koppel een kindje uit gehakt rolt.
Door Lina Asadi
Steeds vaker probeer ik te maken vanuit het idee: wat als je je binnenkant naar buiten kotst?
Waarom heb je je aangemeld voor het Watlab?
Eigenlijk kende ik het Watlab nog niet zo goed. Een tijdje terug zag ik de oproep voor de VONK waardoor ik via de website van VONK & Zonen het Watlab ontdekte. Rond dezelfde periode werd ik geselecteerd voor een schrijfwedstrijd en ik ging met de Letterie in gesprek. Ik voelde dat ik exact zo’n plek nodig had, alleen is Oostende niet naast de deur.
Het idee van een atelier waar meerdere schrijvers naast elkaar werken, ieder met een eigen ritme en stem, trok me meteen aan. Toen ik de oproep van het Watlab voorbij zag komen, voelde het gewoon logisch om het te proberen. Thuis mis ik soms rust en een plek om te schrijven. Het Watlab geeft me precies dat: een stille werkplek, maar toch in het gezelschap van mensen die dezelfde focus delen. Dat voelde direct goed aan.
Hoe zou je jezelf omschrijven als maker?
Ik kom uit de theaterwereld, maar ook voor ik die had betreden was ik al met schrijven bezig. Ik ben een beweger, een maker die via lichaamstaal werkt. Het schrijven dat ik deed stond los van wat ik op de vloer maakte. Op de toneelacademie is dat allemaal samengekomen, daar ben ik beginnen schrijven voor mijn eigen werk en maakte ik teksten die ook echt op scène terechtkwamen. Ik voel dat mijn vertrouwen groeit in het maken van theater, maar in het schrijven dat daarbij komt kijken ben ik nog volop mijn vorm en mijn toon aan het ontwikkelen.
Ritme en muzikaliteit in taal zijn voor mij ontzettend belangrijk. Hoe personages klinken, welke woorden ze gebruiken, hoe hun stem in mijn hoofd zit, dat is voor mij belangrijk. Vervreemding keert ook vaak terug. Ik hou ervan als personages lichtjes verdwijnen van de realiteit. Ik vertrek vaak vanuit kleine anekdotes, maar ik probeer die te mengen met een taal die net iets anders aanvoelt, waardoor de grens van de werkelijkheid wat verschuift.
Ik ben nieuwsgierig naar wat er ontstaat tussen partners, tussen ouder en kind, en in wat het betekent om mens te zijn.
Wat betekent theater voor jou?
Bijzonder veel. Het is een van de meest sociale kunstvormen die er zijn. Je kunt het simpelweg niet alleen realiseren. Er is niet alleen een publiek, maar ook een heel team dat een voorstelling mogelijk maakt. Zelfs bij een solowerk werk je altijd samen met anderen. Dit sociale aspect vind ik typisch voor theater. Je moet samenwerken, vertrouwen, dingen uit handen geven en inzetten op ieders sterktes.
De magie zit ook in de tijdelijkheid. Dat je met een hele groep iets opbouwt, dat het een uur lang tot leven komt op scène en dat het daarna weer verdwijnt. Die vergankelijkheid vind ik bijzonder intrigerend.
Daarnaast hou ik ook van transformatie. Ik vind het niet vanzelfsprekend om op scène te staan als mezelf. Theater biedt de mogelijkheid om tijdelijk iets of iemand anders te mogen zijn. En daar zit kracht in, hoe klein of groot die verandering ook is. Dat beschouw ik als een van de krachtigste aspecten van theater.
Is het soms niet moeilijk die transformatie uit te voeren?
Wat ik er zo spannend aan vond, is dat elke transformatie steeds opnieuw precies op het juiste moment moet ontstaan. Het vraagt noodzaak, openheid en engagement als speler. Je overleveren aan het hier en nu en tegelijkertijd heel precies te werk gaan.
Nu sta ik liever aan de kant. Zo kan ik anderen begeleiden en aansturen in hun transformatie en tegelijkertijd beter beoordelen wat wel of niet werkt. Gaandeweg merk ik dat de personages en werelden die ik creëer weliswaar raken aan de realiteit, maar dat het vooral gaat om wat er onder het oppervlak schuilt. Niet alleen de speler transformeert, ook de ruimte verandert mee.
Horror confronteert ons met angsten én verlangens die ons tegelijk afstoten en fascineren.
Waar komt je fascinatie voor horror vandaan?
Als kind las ik veel boeken over heksen en was ik geboeid door Jeanne d'Arc, vooral het grensgebied tussen heilig en heks, het gotische en het duistere.
Mijn fascinatie gaat niet uit naar klassieke slasher films zoals I Know What You Did Last Summer of Scream. Ik hou meer van horrorfilms waarin transformatie centraal staat of waarin monsters ons fysiek en mentaal confronteren, juist omdat ze vaak iets over onszelf onthullen.
Horror is een krachtig genre om iets te zeggen over de tijd en de maatschappij waarin we leven. Het confronteert ons met angsten én verlangens die ons tegelijk afstoten en fascineren. Vooral body horror spreekt mij aan, omdat het lichaam daarin centraal staat en soms op een confronterende, agressieve manier wordt benaderd. In sommige films gebeurt dit vanuit een feministische perspectief, waarbij vrouwen hun lichaam opnieuw opeisen, omdat ze vaak slachtoffers zijn in horrorfilms.
In gothic horror komt dit samen: horror, het mystieke, het ritualistische. Of bijvoorbeeld in Midsommar van Ari Aster. We leven in een realistische wereld, maar er zijn momenten van rillingen of fysieke ervaring die je niet helemaal kunt verklaren. Dat gevoel van ongemak of het bovennatuurlijke trekt me sterk aan.
Pas je dat ook toe in het theater?
In mijn meest recente voorstelling ben ik daarmee beginnen te experimenteren. Niet vanuit de intentie om expliciet horror te maken, maar vanuit het idee om een innerlijke wereld naar buiten te keren. Dat toont zich in extreem spel, het werken met stem en maskers, en het moment waarop die maskers wegvallen. Steeds vaker probeer ik te maken vanuit het idee: wat als je je binnenkant naar buiten kotst?
Je werkt momenteel aan Yolk. Kan je daar meer uitleg over geven?
Yolk is een theatertekst die nog niet eerder op scène is gebracht en die ik momenteel ontwikkel voor een nieuwe voorstelling. Het project vertrekt vanuit mijn fascinatie voor radicale intimiteit. Ik fantaseer over ontmoetingen tussen wezens die elkaar normaal nooit zouden ontmoeten, en wat er gebeurt wanneer er toch een uitwisseling ontstaat.
De inspiratie kwam uit een beeld van een persoon die letterlijk vast kwam te zitten in het gat van een olifant. De absurditeit van die situatie deed mij verder fantaseren en riep vragen op over wederzijdse afhankelijkheid en het kunnen opgaan in iets of iemand anders. Dat leidde tot het beeld van de dooier van een ei. Iets dat gedragen wordt, waarin leven kan ontstaan.
Yolk leeft al een tijd, maar ondertussen speelt er ook veel in mijn persoonlijke leven. Ik zorg voor mijn twee jonge kinderen, wat me confronteert met nabijheid, zorg en het toelaten van steun van anderen. Die persoonlijke realiteit, het ouderschap, het gemis, de nood aan verbondenheid, maakt dat ik hierover wil schrijven. Ik ben nieuwsgierig naar wat er ontstaat in die intieme ruimtes. Tussen partners, tussen ouder en kind, en in wat het betekent om mens te zijn.
Wat hoop je dat mensen voelen en beleven van jouw werk?
In al mijn horror en fascinatie voor het fysieke ben ik eigenlijk op zoek naar verbinding. Ik hoop dat mensen zich gedragen voelen door mijn teksten, dat ze een gevoel krijgen van meegedragen worden, van samensmelten. Ik ga ook steeds op zoek naar warmte in alle hardheid.
Het mag een sensitieve en ritmische ervaring zijn, waarin het niet om begrijpen gaat, maar om overgave aan een stroom. Het mooiste zou zijn als mensen het rationele even kunnen loslaten en zich openstellen om te luisteren, te voelen en mee te bewegen met wat er ontstaat.
Ruth Bruyneel is speler, theatermaker en theaterdocent. Ze werkte samen met theatermaakster Inne Goris voor de voor
Ruth Bruyneel is speler, theatermaker en theaterdocent. Ze werkte samen met theatermaakster Inne Goris voor de voorstellingen Naar Medeia (2008), MUUR (2010) en Hoog Gras (2012) en choreograaf Seppe Baeyens voor Tornar (2014). Als docent werkt ze bij hetpaleis, Kunsthumaniora Brussel en BLOC2030. In 2019 richtte ze samen met Bas Van den Bogaert haar eigen theatercollectief, Meurman & de Rudy, op. De tekst werd genomineerd voor de Roel Verniersprijs 2021 en won De Troffel 2023 op Festival Cement.
...Het Watlab is een atelier, een broedplek, een laboratorium op de zolder van De Studio in Antwerpen, waar de residenten dag en nacht terecht kunnen om elk aan hun eigen projecten te werken, en samen in gesprek gaan over het creatieproces.
Meer over dit project


