Na hun studies illustratie en grafisch ontwerp aan Sint Lucas Antwerpen besloot Kass om hun werk als illustrator te combineren met kunstlessen aan kinderen en jongeren. Het werk van Kass wordt gekenmerkt door een grote liefde voor natuur en wetenschap. Een duidelijk kleurenpalet, een vleugje humor en diverse personages zijn vaak terug te vinden in hun werk. In dit gesprek hadden we het over tekenen voor kinderen, inspiratie uit chaos en de goesting om opnieuw te experimenteren. In het Watlab werkt Kass aan een kindermagazine.
Door Lina Asadi
“Ik probeer beeld en taal terug dichter bij elkaar te brengen.”
Wat maakte de residentie in het Watlab aantrekkelijk voor jou?
Een vriendin stuurde me de oproep door met de boodschap: ‘Dit móét je echt doen.’ Ik was op dat moment op zoek naar een nieuwe werkplek én naar nieuwe mensen om me heen, liefst uit het creatieve werkveld. Ik had vooral zin om opnieuw meer zelf te maken: tekenen, illustreren, en ook een beetje schrijven. Dat creatieve deel wilde ik opnieuw aanwakkeren. Daarnaast leek het me heel inspirerend om samen te zitten met andere makers die aan hun eigen projecten werken. Het concept was voor mij niet tot in detail afgelijnd, maar net dat maakte het aantrekkelijk: ik dacht, ik probeer het gewoon en kijk wat er ontstaat.
Je wilde je project pas echt in het Watlab opstarten. Wat neem je mee als uitgangspunt?
Mijn plan is om een kindermagazine te maken. Ik heb al verschillende kinderboeken gemaakt, maar dat is een intens proces waarin het experiment soms naar de achtergrond verdwijnt. Je moet snel veel illustraties produceren, waardoor er weinig ruimte is om te zoeken.
Met een magazine wil ik dat creatieve proces opnieuw meer naar mezelf toe trekken. Ik wil onderzoeken hoe ik het wil vormgeven en welke verhalen ik wil vertellen, zonder dat alles meteen vastligt. Werken voor kinderen ligt me het meest, en als ik in het buitenland kijk, zie ik vaak prachtig geïllustreerde en sterk geschreven kindermagazines. Daar word ik elke keer opnieuw verliefd op. Dan denk ik: waarom zou ik dat niet zelf proberen?
Omdat ik vooral non-fictie maak, wil ik dat ook in het magazine verwerken, bijvoorbeeld door te werken met weetjes. Die informatieve laag wil ik combineren met de humoristische, soms chaotische kant van mijn tekenstijl. Voor een eerste editie denk ik aan het thema ‘onder de grond’: een breed onderwerp dat ruimte laat voor fantasie. Wat zit er allemaal onder onze voeten? Wat kom je tegen als je begint te graven in je tuin? Dat soort vragen vind ik heel prikkelend.
“Ik heb Pinterest-mapjes vol grappige of vreemde foto’s, en ik ben geobsedeerd door oude reclamewagens uit de Tour de France.”
Welke thema’s keren vaker terug in je werk?
Dieren spelen een grote rol. Ik werk heel graag rond dieren omdat ik ze enorm fascinerend vind. Ik kan me makkelijker identificeren met een dier en daar een personage rond bouwen dan met mensen. Waarom dat precies zo is, weet ik niet, maar mensen tekenen ligt me minder. Bij dieren heb ik veel meer vrijheid: steek ze in kleren en ze krijgen meteen karakter.
Daarnaast werk ik graag met informatieve elementen. Als ik iets lees dat me interesseert, denk ik al snel: hier moet ik iets mee doen. Dat leidt soms tot fases waarin één onderwerp alles overneemt. Dan teken ik wekenlang alleen honden, of kevers, of – na een opdracht – mammoeten die overal opduiken. Die obsessieve periodes vind ik juist fijn.
Wetenschap is een andere constante. Ik maakte bijvoorbeeld een ruimtevaartboek met Angélique Van Ombergen van ESA, maar werkte ook rond computers, wiskunde, virussen, sociale media en zelfs een kookboek. De onderwerpen zijn uiteenlopend, maar ze komen altijd samen in werk voor kinderen.
“Chaos, humor en beweging inspireren me enorm.”
Waar haal je je inspiratie vandaan?
Eigenlijk overal. Vaak ontstaat een idee tijdens een gesprek, bijvoorbeeld wanneer ik mijn werk aan iemand toon en we erover praten. Iemand zegt iets, of ik formuleer iets hardop, en plots denk ik: ja, dat is het.
Daarnaast verzamel ik voortdurend beeldmateriaal. Ik heb Pinterest-mapjes vol grappige of vreemde foto’s, en ik ben bijvoorbeeld geobsedeerd door oude reclamewagens uit de Tour de France in de jaren zestig: auto’s in de vorm van stofzuigers of andere bizarre objecten. Als ik zoiets zie, weet ik nog niet wat ik ermee ga doen, maar ik voel meteen: hier zit iets in.
Hoe zou je je stijl omschrijven?
Mijn kleurgebruik is waarschijnlijk het meest herkenbaar. Ik grijp vaak terug naar dezelfde tinten: groen, roze, geel. Mijn werk is altijd heel kleurrijk. Zwart-wit past gewoon niet bij wat ik maak.
Daarnaast speelt humor een grote rol. Ik probeer personages te maken die lollig en eigenzinnig zijn, en combineer dat met informatieve elementen. Mijn stijl is eigenlijk een mengelmoes van het speelse, het kleurrijke en het inhoudelijke.
Zijn er makers die je sterk beïnvloeden?
Ik heb thuis enorm veel kinderboeken, en sommige pak ik telkens opnieuw vast. Het Olifantenhotel van Nicolas Burrows is zo’n boek. Alles loopt daarin mis: olifanten die met hun koffers aankomen, paniek door een muis, een zwembad vol dieren. Die chaos, humor en beweging inspireren me enorm.
Maar mijn grootste inspiratie komt eigenlijk uit de podiumkunsten. Oorspronkelijk wilde ik acteur worden, en hoewel ik uiteindelijk illustratie ben gaan studeren, is die liefde nooit verdwenen. Ik ga veel naar ballet- en circusvoorstellingen – ik doe zelf ook circus – en de energie die ik daar voel, neem ik mee in mijn werk. Het verandert mijn tekenstijl niet letterlijk, maar het voedt wel mijn verlangen om dingen te maken die mensen raken, doen lachen of even stil maken.
Ik merk ook dat ik heel gevoelig ben voor muziek, geluid en beweging. Die maken vaak meer emotie bij me los dan beeldende kunst. Tijdens een voorstelling kan ik soms echt ontroerd raken, en dat gevoel probeer ik op een of andere manier mee te nemen in wat ik teken.
Tijdens mijn master liep ik stage bij het Nederlandse illustratieduo Loulou & Tummie, dat vooral commercieel werk maakt. Die korte, afwisselende opdrachten lagen me verrassend goed. Je maakt iets, rondt het af en gaat door. Die periode was een van de leukste uit mijn opleiding, en daarom wil ik naast boeken en het magazine ook meer commerciële projecten verkennen.
Hoe kijk je naar de toekomst van je werk?
Op korte termijn wil ik vooral verder bouwen aan het kindermagazine. Tegelijk wil ik ook buiten het boekenvak kijken wat er mogelijk is. Ik ben niet iemand die ver vooruit plant, maar ik wil me wel openstellen voor nieuwe vormen en samenwerkingen.
Mezelf promoten vind ik lastig, daar wil ik in groeien. Commercieel werk zie ik heel breed: dat kan gaan van posters tot museumopstellingen voor kinderen, bijvoorbeeld het visuele kader van een tentoonstelling. Dat lijkt me heel fijn om te doen.
Omdat ik in hoofdberoep leerkracht ben, kan ik me die zoektocht ook permitteren. Ik hoef niets te forceren en kan rustig kijken wat er op mijn pad komt.
Wat hoop je dat de residentie in het Watlab je zal brengen?
Ik hoop vooral dat de energie van andere makers zal overslaan. Het beeld van de illustrator als iemand die alleen achter een bureau zit, vind ik soms moeilijk. Samenwerken en uitwisselen voelt voor mij veel natuurlijker.
Ik heb tijdens mijn opleiding ook geschreven, kleine teksten die mijn illustraties ondersteunden. Dat wil ik opnieuw voorzichtig verkennen. Niet om romans te schrijven, maar om beeld en taal dichter bij elkaar te brengen.
Daarnaast ben ik benieuwd naar samenwerkingen met mensen uit de podiumkunsten, vooral in het circus en in beweging. Spreken op een podium ligt me minder, maar bewegen des te meer. Ik wil ontdekken hoe een voorstelling ontstaat en hoe zo’n proces werkt.
Ook een samenwerking met een schrijver lijkt me interessant, bijvoorbeeld in de vorm van een briefwisseling waarin tekst en beeld op elkaar reageren. En ik droom ervan om ooit iets groots te maken, iets wat het papier overstijgt. Dat mag gerust op een podium zijn. Het idee om mijn werk op die schaal tot leven te zien komen, spreekt me enorm aan.
Kass VanderSande is een illustrator gevestigd in Lier. Kass studeerde illustratie en grafisch ontwerp aan Sint Luca
Kass VanderSande is een illustrator gevestigd in Lier. Kass studeerde illustratie en grafisch ontwerp aan Sint Lucas Antwerpen. Na hun studies besloot Kass om hun werk als illustrator te combineren met kunstlessen aan kinderen en jongeren. Het werk van Kass wordt gekenmerkt door een grote liefde voor natuur en wetenschap. Een duidelijk kleurenpalet, een vleugje humor en diverse personages zijn vaak terug te vinden in hun werk.
...Het Watlab is een atelier, een broedplek, een laboratorium op de zolder van De Studio in Antwerpen, waar de residenten dag en nacht terecht kunnen om elk aan hun eigen projecten te werken, en samen in gesprek gaan over het creatieproces.
Meer over dit project