Emilie 4
© Marla Morella

In gesprek met Emilie Pariel

In het najaar van 2025 verwelkomt het Watlab een nieuwe groep residenten. Om een inkijk te geven in wie ze zijn en wat hen drijft, voeren we een reeks gesprekken over hun inspiratie, manier van werken en plannen binnen het Watlab. Stagiair communicatie Lina Asadi ging in gesprek met schrijver Emilie Pariel.

Emilie is schrijver van proza en andere aangelegenheden. In haar werk schuiven personage, auteur en tekst als bewustzijnslagen over elkaar heen. Wisseling in stem en perspectief onthult hoe een verhaal – een werkelijkheid – zichzelf voortdurend maakt en breekt. Tijdens dit gesprek hadden we het over taal als gesprekspartner, intuïtief onderzoek en de waarde van doelloze tijd. In het Watlab werkt ze aan haar debuutroman, waarin de tekst zelf de pen opneemt.

Door Lina Asadi

“Ik schrijf om verrast te worden door wat ik zelf nog niet begrijp.”
Emilie Pariel

Hoe ben je bij het Watlab terechtgekomen?

Ik kende het Watlab al langer, maar beschouwde het lange tijd niet als een plek voor mij. Tijdens een literair evenement raakte ik in gesprek met iemand van deBuren, bij wie ik eerder al eens had geresideerd. Ze vroeg of ik op dat moment aan het schrijven was. Toen ik daar iets over vertelde, wees ze me op de open call van het Watlab. Later, toen ik die open call opnieuw zag verschijnen, moest ik aan dat gesprek denken. Ik realiseerde me dat het idee dat het Watlab ‘niet voor mij’ zou zijn, vooral een aanname was. In werkelijkheid is het juist een omgeving die uitnodigt om te schrijven en omringd te zijn door andere makers. Dat lichte maar rake duwtje van dat gesprek gaf de doorslag: ik schreef me in.

Emilie 1
© Marla Morella

Wat betekent schrijven voor jou?

Wat ik zo fascinerend vind aan schrijven, is dat taal tegelijk iets uiterst persoonlijks en iets diep collectiefs is. Je denkt in taal en je communiceert ermee, waardoor schrijven onvermijdelijk iets zegt over hoe je jezelf ziet en hoe je je tot anderen verhoudt. Tegelijk draagt taal een immense geschiedenis met zich mee: eeuwen aan gebruik, verschuivingen en betekenislagen.

Wanneer ik schrijf, voelt het alsof ik in gesprek ga met dat grotere geheel. Elk woord heeft al een verleden en een emotionele lading voordat ik het opschrijf. Zodra er een aantal woorden samenkomen, ontstaat er een register waarbinnen ik kan bewegen. Ik hoef het niet allemaal zelf te bedenken; ik haak in op iets dat ouder en groter is dan ik.

Schrijven is voor mij dan ook een dialoog. Ik plaats woorden met een bepaalde intentie, maar de taal antwoordt met nieuwe betekenissen en onverwachte verbanden. Ik schrijf niet om één afgebakend persoonlijk verhaal te vertellen, maar om met de taal zelf in gesprek te gaan. Binnen dat gesprek kunnen talloze verhalen ontstaan.

Hoe zou je jezelf als maker omschrijven?

Ik zie mezelf vooral als een onderzoekende maker. Ik begin het liefst te schrijven zonder precies te weten waar de tekst zal eindigen. Zodra ik alles kan voorspellen, verdwijnt voor mij de energie. Ik denk al schrijvend – zoals ik ook al pratend denk – en ik geniet ervan wanneer een tekst me deels ontglipt, wanneer er iets in blijft zweven dat ik nog niet volledig begrijp. Dat zijn ook de teksten waar ik zelf graag naar terugkeer als lezer.

Daarnaast werk ik sterk intuïtief met associaties. Ik verbind graag concrete objecten met abstracte gevoelens, niet op een rationele maar op een gevoelsmatige manier. In mijn huidige werk gebruik ik bijvoorbeeld de schroef als beeld: iets waarmee je vastdraait en losmaakt. Voor mij resoneert dat met verliefdheid en met de neiging om je aan iemand vast te klampen, soms tot het punt waarop je jezelf tegenwerkt. Bij een schroef is ‘vast’ of ‘los’ een duidelijke handeling; tussen mensen is die beweging veel complexer. Dat spanningsveld interesseert me.

“Ik plaats woorden met een intentie, maar de taal antwoordt met nieuwe betekenissen en onverwachte verbanden.”
Emilie Pariel

Is dat typerend voor je stijl, of specifiek voor het project waar je nu aan werkt?

Het is in grote lijnen mijn stijl, al komt het in mijn huidige project sterk naar voren. Ik werk aan een fragmentarisch prozaboek waarin de tekst zich zeer bewust is van zichzelf. De taal treedt bijna op als een personage en stelt voortdurend vragen als: wat gebeurt hier in de taal, hoe ontstaat deze tekst, en wat betekent dat?

Tegelijk volgen we personages die heel concrete handelingen verrichten. Een schrijfmentor wees me er ooit op dat ik te veel in het abstracte bleef hangen en moedigde me aan om aandacht te besteden aan wat personages daadwerkelijk doen. Mensen bestaan niet alleen uit gedachten en gevoelens; hun handelingen zijn minstens zo bepalend. Dat blijft voor mij een uitdaging, maar ook een essentieel onderdeel van dit boek.

Emilie 2
© Marla Morella

Welke kwaliteiten bewonder je in andere literaire makers?

Wat ik het meest bewonder, is gulheid. Dat zie je zowel in de persoon als in de tekst: een vrijgevigheid in taal, in het delen van observaties, kennis en geleefde inzichten. Het is niet altijd precies te benoemen, maar je voelt het wanneer een schrijver je werkelijk iets aanreikt.

Ik voel me sterk aangetrokken tot wat vaak ‘experimentele literatuur’ wordt genoemd. Claire-Louise Bennett is voor mij een voorbeeld van zo’n gul auteur: je mag volledig binnentreden in de wereld van haar personages en wordt overspoeld met indrukken en details. Ook het werk van Anne Carson en Max Porter inspireert me, door hun poëtische taal en hun bewuste omgang met verschillende registers. Zij durven taalstructuren open te breken en zo nieuwe betekenissen te creëren.

Welke thema’s keren steeds terug in je werk?

Bewustzijn speelt een centrale rol. In mijn boek komt dat terug in de zelfbewuste tekst, maar ook in de personages, die worstelen met het besef van hun eigen bestaan. Ze bewegen zich tussen volledig opgaan in een ervaring en er tegelijkertijd afstand van nemen. Die dubbele positie van het menselijk bewustzijn vind ik bijzonder intrigerend.

Daarnaast loopt mijn interesse in wetenschap als een rode draad door mijn werk. In mijn jeugd en tijdens mijn eerste studies hield ik me intensief bezig met wetenschappen, vanuit een nieuwsgierigheid naar hoe dingen werken en hoe systemen zijn opgebouwd. Die fascinatie neem ik mee in mijn schrijven, onder meer via mijn belangstelling voor kwantumtheorie, die voor mij bijna poëtisch is en nieuwe manieren van denken en verbeelden aanreikt.

“Juist in leegte, afdwalen en tijd verliezen kan iets ontstaan.”
Emilie Pariel

Je zegt dat ‘tijd verliezen’ belangrijk is voor je schrijverschap. Hoe ziet dat eruit?

Lege tijd is voor mij essentieel, al moet ik die bewust beschermen tegen een te strakke planning. Wanneer ik te doelgericht bezig ben, merk ik dat mijn schrijven juist stokt. Afwijken, rondzwerven, volgen wat zich aandient: dat geeft mijn intuïtie ruimte.

Die momenten van tijdverlies bestaan vaak uit ogenschijnlijk doelloze handelingen: spullen verplaatsen, tegen mijn kat praten, dansen in de keuken, neuriën, in mijn boekenkast rondneuzen. Wandelen helpt ook: onderweg zijn dwingt je om aanwezig te zijn, zelfs als je bestemming fictief is. Die doelloosheid is geen luxe, maar een voorwaarde. Juist in die leegte kan iets ontstaan.

Je studeerde onder meer handelsingenieur en later creative writing. Wat neem je mee uit die uiteenlopende trajecten?

Vooral het inzicht dat tegenstrijdige interesses elkaar niet hoeven uit te sluiten. Er bestaat een neiging om kennis en disciplines strikt te scheiden, maar voor creatief schrijven is juist vrijheid nodig: het vermogen om los te komen van louter rationeel denken.

Ik vind het spannend wanneer ogenschijnlijke tegenpolen samenkomen. Iets heel emotioneels benaderen met een wetenschappelijke precisie kan juist krachtig zijn. Mijn verschillende interesses zouden elkaar kunnen tegenwerken, maar in de praktijk geven ze me nieuwe invalshoeken en een grotere vrijheid als maker.


Emilie 3
© Marla Morella

Je werkt ook met ambachtelijke technieken zoals boekbinden en letterzetten. Wat betekenen die praktijken voor je?

Boekbinden en letterzetten spreken me aan omdat ze zo’n andere verhouding tot tekst vragen. Vooral letterzetten – werken met losse loden letters die je één voor één in een zethaak plaatst en daarna afdrukt – is een intens manueel proces. Het vraagt volledige aandacht: elke letter telt, de pers moet zorgvuldig worden voorbereid en weer schoongemaakt.

Wat ik daar zo waardevol aan vind, is dat de inhoud al vastligt en de focus volledig verschuift naar de vorm. Hoe staat een tekst op papier? Wat doet dat met de lezer? Die traagheid dwingt me om op een andere manier naar mijn eigen werk te kijken en voegt een materiële, visuele laag toe aan mijn ervaring van taal.

Waar ga je tijdens je residentie in het Watlab aan werken?

Ik ga verder werken aan mijn debuut, een project waar ik inmiddels iets meer dan twee jaar mee bezig ben. Het is de eerste keer dat ik me aan zo’n omvangrijk werk waag. De werktitel is Een ruimteloos binnen, oorspronkelijk mijn afstudeernovelle aan ArtEZ.

Wat begon als een fragmentarische tekst – met verschillende personages en korte scènes die naar elkaar verwijzen – wil ik nu verder verdiepen. De tekst fungeert als een onderzoekende stem die probeert te achterhalen wat er verteld wil worden. Tegelijk ben ik als schrijver zichtbaar aanwezig: ik reflecteer op mijn eigen denkprocessen en lever commentaar op mezelf.

De fragmentarische structuur blijft daarbij cruciaal. Door de losse onderdelen krijgen lezers de ruimte om zelf verbanden te leggen en hun eigen narratief te construeren. Het web van indrukken, ervaringen en kennis dat ik aanreik, nodigt uit tot meervoudige lezingen. Elk nieuw lezen herschikt het boek opnieuw – en precies die openheid interesseert me.

Emilie Pariel (1995) schrijft proza en andere aangelegenheden. In haar werk schuiven personage, auteur en tekst als

Emilie Pariel (1995) schrijft proza en andere aangelegenheden. In haar werk schuiven personage, auteur en tekst als bewustzijnslagen over elkaar heen. Wisseling in stem en perspectief onthult hoe een verhaal – een werkelijkheid – zichzelf voortdurend maakt en breekt. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman, waarin de tekst zelf de pen opneemt.

...
Lees meer
Lees minder
20250403 190750

Watlab

Het Watlab is een atelier, een broedplek, een laboratorium op de zolder van De Studio in Antwerpen, waar de residenten dag en nacht terecht kunnen om elk aan hun eigen projecten te werken, en samen in gesprek gaan over het creatieproces.

Meer over dit project
Contact

VONK & Zonen

Maarschalk Gerardstraat 4 - 2000 Antwerpen

Tel. 0489654092
email hidden; JavaScript is required

Op de hoogte blijven van de projecten van VONK & Zonen?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Ondersteund door:
made by